ECLI:NL:RBDHA:2023:2515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de asielaanvraag.
De rechtbank heeft tijdens de zitting op 24 januari 2023 het beroep behandeld waarbij eiser werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Eiser stelde dat Italië in de praktijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onderbouwd met rapporten zoals het AIDA rapport en het SFH rapport, en dat toegang tot de asielprocedure problematisch is. Ook stelde eiser dat er geen effectief rechtsmiddel beschikbaar zou zijn in Italië.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, zoals bevestigd door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De aangehaalde rapporten geven geen aanleiding om dit vertrouwen te doorbreken. Het fictieve claimakkoord dat is ontstaan door het uitblijven van een reactie van Italië op het overnameverzoek doet hier niet aan af.
De enkele stelling van eiser over het ontbreken van een effectief rechtsmiddel is onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft ook expliciet geen beroep gedaan op de circular letter van de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.