Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 december 2021. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet gereageerd op het verzoek om een verweerschrift in te dienen. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 20 september 2022 de asielaanvraag alsnog ingewilligd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep alleen betrekking had op het niet-tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 na intrekking van het beroep wegens alsnog ingewilligde asielaanvraag.