ECLI:NL:RBDHA:2023:2562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 november 2021. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft geen verweerschrift ingediend. Op 27 oktober 2022 is de asielaanvraag alsnog ingewilligd, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft verzocht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog het besluit te nemen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837 en een wegingsfactor van 0,5 wegens de lichte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens niet-tijdig beslissen.