Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Legaal verblijf in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn
Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal op het grondgebied van het gastland heeft verbleven, heeft aldaar een duurzaam verblijfsrecht. Dit recht is niet onderworpen aan de voorwaarden van hoofdstuk III.”In het arrest van 21 december 2011 in de zaak Ziolkowski en Szeja heeft het Hof van Justitie (hierna: het Hof) uitleg gegeven over dit artikel. [1] Het Hof heeft uiteengezet dat het begrip “legaal verblijf” dat in de bewoordingen “legaal […] heeft verbleven” in artikel 16, eerste lid, besloten ligt, moet worden opgevat als een verblijf in overeenstemming met de in de Verblijfsrichtlijn gestelde vereisten, in het bijzonder die van artikel 7, eerste lid. Eén van die vereisten is het beschikken over voldoende middelen van bestaan. Dat betekent dat eiseres niet enkel door woonachtig te zijn in Nederland, een zorgverzekering te hebben en doordat er geen verwijderingsmaatregel tegen haar is uitgevaardigd, legaal heeft verbleven in Nederland in de zin van de Verblijfsrichtlijn. Ook betekent dit dat de staatssecretaris door te toetsen of eiseres in de van belang zijnde periode voldeed aan de eisen van legaal verblijf uit artikel 7, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn, zoals de vraag of zij beschikte over voldoende middelen van bestaan, het juiste toetsingskader gehanteerd. Dat de staatssecretaris – zoals eiseres stelt – in het verleden niet altijd heeft bezien of voldaan werd aan het vereiste van voldoende middelen van bestaan, maakt dat niet anders. Uit het voorgaande volgt immers dat geen sprake kan zijn van een duurzaam verblijfsrecht als niet aan de in artikel 7 van Pro de Verblijfsrichtlijn opgenomen vereisten is voldaan. [2] De beroepsgrond slaagt niet.
Economisch niet-actief
Verblijfsrecht als familielid van een Unieburger
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.B.L. Kosterman - Meijer, griffier.