Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 2 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief had beëindigd door op 21 oktober 2021 te zijn uitgezet naar Polen en dat hij zich nu binnen zijn vrije termijn in Nederland bevond. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende duidelijkheid gaf over de duur van zijn verblijf in Polen en dat hij feitelijk zijn eerdere verblijf in Nederland voortzette, waardoor het verwijderingsbesluit nog van kracht is.
De rechtbank nam de zware gronden onder 3c en 3i van het Vreemdelingenbesluit als voldoende gemotiveerd aan om de maatregel van bewaring te dragen. Eiser wilde niet terugkeren naar Polen en wilde in Nederland blijven, wat het risico op het ontduiken van toezicht vergrootte. Daarnaast stelde eiser dat hij vanwege medische omstandigheden niet in het detentiecentrum had mogen verblijven, maar de rechtbank vond dat de zorg in het detentiecentrum adequaat was en dat de overplaatsing naar een forensisch psychiatrisch centrum binnen vijf dagen plaatsvond.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.