Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 3 februari 2023 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening in een asielprocedure. Verzoeker had een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling was genomen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.422) en oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de bodemzaak reeds was beslist. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 837,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer in aanwezigheid van griffier S. Westerhof. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de Staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 837 aan proceskosten.