ECLI:NL:RBDHA:2023:2613
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlies Nederlanderschap en evenredigheidstoets volgens Europese rechtspraak
Eiser verzocht om een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap, welke door verweerder werd geweigerd omdat eiser het Nederlanderschap op 1 april 2013 zou hebben verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Eiser betwistte dit verlies en voerde aan dat het Nederlanderschap een essentieel onderdeel van zijn identiteit is en dat hij onvoldoende geïnformeerd was over het verlies van het Nederlanderschap.
De rechtbank stelde vast dat eiser tevens de Zwitserse nationaliteit bezit en dat hij op het moment van het vermeende verlies tien jaar onafgebroken in Zwitserland woonde, waarmee aan de wettelijke voorwaarden voor verlies was voldaan. De rechtbank oordeelde dat het Nederlanderschap niet kan worden verkregen of behouden door toepassing van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, ook niet bij onvoldoende voorlichting.
Daarnaast werd de evenredigheidstoets toegepast zoals ontwikkeld door het Europees Hof van Justitie in de zaak Tjebbes e.a. De rechtbank volgde de hoogste bestuursrechter dat het toetsmoment het moment van verlies is en dat alleen feiten relevant zijn die verband houden met het Europees burgerschap. De Immigratie- en Naturalisatiedienst concludeerde dat het verlies geen onevenredige gevolgen heeft voor eiser, mede omdat hij als Zwitsers staatsburger vergelijkbare vrijheden geniet als EU-burgers.
Eiser bracht geen nieuwe argumenten aan tegen deze kernredenatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlies van het Nederlanderschap is ongegrond verklaard.