ECLI:NL:RBDHA:2023:2617
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening Wmo-melding huishoudelijke hulp wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft op 26 juni 2022 een Wmo-melding gedaan voor huishoudelijke hulp. Na een huisbezoek en advies van een Wmo-medewerker heeft verweerder de gevraagde maatwerkvoorziening op 10 januari 2023 afgewezen, omdat verzoekster haar hulpvraag naar oordeel van verweerder voldoende kan oplossen met eigen kracht en ondersteuning van haar sociale omgeving.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 22 februari 2023 zijn de situatie van verzoekster en haar gezin besproken, waarbij onder meer werd vastgesteld dat de specifieke problemen van haar kinderen niet volledig waren meegewogen in het primaire besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat het wachten op de beslissing op bezwaar onevenredig belast. De woning was over het algemeen opgeruimd, verzoekster kan enkele huishoudelijke taken uitvoeren en er is geen acute noodsituatie. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.