ECLI:NL:RBDHA:2023:2619
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking bijstandsuitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden om haar bijstandsuitkering met ingang van 23 november 2022 in te trekken. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van een spoedeisend belang, zoals vereist voor het toewijzen van een voorlopige voorziening. Verzoekster stelde dat zij sinds de intrekking geen inkomen heeft terwijl haar vaste lasten doorlopen. Dit werd echter onvoldoende geacht om een acute financiële noodsituatie aan te nemen.
Er was geen bewijs van dreigende huisuitzetting, afsluiting van energie- of waterlevering of het ontbreken van ziektekostenverzekering. Ook andere zwaarwegende belangen die een voorlopige voorziening zouden rechtvaardigen, werden niet aannemelijk gemaakt.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. De uitspraak werd gedaan op 3 maart 2023 en is bindend voor het voorlopige stadium, maar niet voor een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.