ECLI:NL:RBDHA:2023:2662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening AIO-aanvulling na nabetaling AOW-pensioen
Eiser ontvangt sinds 2012 een AOW-pensioen met korting vanwege niet-betaalde premies en sinds 2015 een AIO-aanvulling. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep werd vastgesteld dat eiser recht had op een nabetaling van het AOW-pensioen over maart 2014 tot mei 2016. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag daarop de AIO-aanvulling over de periode februari 2015 tot mei 2016, omdat de nabetaling als inkomen geldt en dit de hoogte van de AIO-aanvulling beïnvloedt.
Eiser stelde dat de Svb onvoldoende had gemotiveerd en dat de nabetaling niet als inkomen mocht worden gezien, onder meer vanwege persoonlijke omstandigheden en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat de Svb gemotiveerd heeft gehandeld en dat de nabetaling wel degelijk inkomen is volgens de Participatiewet. Ook was er geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel of motiveringsbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat de Svb terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot herziening van de AIO-aanvulling en dat eiser redelijkerwijs kon begrijpen dat de nabetaling gevolgen zou hebben voor zijn AIO-aanvulling. De persoonlijke omstandigheden van eiser waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening van de AIO-aanvulling door de Sociale verzekeringsbank.