ECLI:NL:RBDHA:2023:2673
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 24 november 2022 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 13 januari 2023 behandeld. Verzoeker was hierbij aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Bij uitspraak van dezelfde datum is het beroep inhoudelijk behandeld en is daarom de voorlopige voorziening niet langer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en openbaar gemaakt op 7 maart 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.