Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter zitting
2.De tenlastelegging
af te lopen en dezeproberen in te gaan,
dan wel met kracht tegen deze deur heeft/hebben geduwd,
althans deze [slachtoffer 4] en/of deze [slachtoffer 5] dreigend een mes en/of bijl te tonenen/of met (een) (hak)mes(sen) in de hand tegen de ruit/het glas van de (toegangs)deur te slaan;
3.Waardering van het bewijs
de rechtbank begrijpt [naam] )precies?
minimaal drie personen;
minimaal drie personen;
meer dan vijf personen;
minimaal vier personen;
4.De bewezenverklaring
samenmet drie personen met maskers op de juwelierszaak af te lopen,
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen en zich die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken,
enom, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met hamers op de vitrines te slaan, [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] te bedreigen door deze [slachtoffer 4] en deze [slachtoffer 5] dreigend een mes en een bijl te tonen en met hakmessen in de hand tegen de ruit/het glas van de toegangsdeur te slaan.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
€ 373 per punt geldt, met een maximum van 7 punten. Het toe te kennen aantal punten levert een bedrag op dat hoger is dan het gevorderde bedrag, zodat de rechtbank het gevorderde bedrag van € 500,00 zal toewijzen. Ook hiervoor geldt dat de verdachte hoofdelijk zal worden veroordeeld tot betaling van de kosten van rechtsbijstand die de benadeelde partij heeft gemaakt.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
15 (VIJFTIEN) MAANDEN;
7 (ZEVEN) MAANDENniet ten uitvoer zal worden gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit
dadelijk uitvoerbaarzijn;