ECLI:NL:RBDHA:2023:2684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid LHBTI-geaardheid en inreisverbod
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende zijn vierde asielaanvraag in met als grond zijn homoseksuele geaardheid en de vrees voor vervolging in Senegal. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van identiteit, nationaliteit en homoseksuele geaardheid.
Eiser stelde dat het horen via videoverbinding en het ontbreken van een medisch advies in strijd waren met de Procedurerichtlijn, en dat onvoldoende was doorgevraagd. De rechtbank oordeelde dat videohoor niet in strijd is met de richtlijn en dat het gehoor voldoende diepgaand was. Ook was geen aanleiding voor een medisch advies.
Verweerder mocht de geloofwaardigheid van eisers homoseksuele geaardheid en de relatie met zijn partner betwijfelen vanwege oppervlakkige verklaringen en gebrek aan kennis over LHBTI-organisaties. Het opgelegde inreisverbod werd bevestigd, omdat geen sprake was van een beschermingswaardig familieleven onder artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd.