ECLI:NL:RBDHA:2023:2693

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
NL 22.3692
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000

Verzoeker, van Sierra Leoonse nationaliteit, heeft bij besluit van 28 februari 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen maakte hij op 4 maart 2022 bezwaar. Vervolgens verzocht hij op 4 maart 2023 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat uitzetting wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.

Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft bij brief van 7 november 2022 aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter zag geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en besloot verweerder te verbieden om verzoeker uit te zetten of voorbereidingen daartoe te treffen.

Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 837,- conform het Besluit Proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.3692

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Sierra Leoonse nationaliteit
v-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
Op 4 maart 2022 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 4 maart 2023 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 7 november 2022 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.