Verzoekster, van Cambodjaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 23 juni 2022 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar op 20 juli 2023 en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter constateert dat de verweerder zich niet verzet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. Gezien de belangen en het ontbreken van beletselen wordt het verzoek toegewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 837,-, gebaseerd op het Besluit Proceskosten bestuursrecht.
De voorzieningenrechter gebiedt verweerder zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting van verzoekster buiten Nederland en van voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.