ECLI:NL:RBDHA:2023:2695

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
NL 22.13966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.6 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 8:81 AwbBesluit Proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling op grond van artikel 3.6 Vreemdelingenbesluit

Verzoekster, van Cambodjaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 23 juni 2022 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar op 20 juli 2023 en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.

De voorzieningenrechter constateert dat de verweerder zich niet verzet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. Gezien de belangen en het ontbreken van beletselen wordt het verzoek toegewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 837,-, gebaseerd op het Besluit Proceskosten bestuursrecht.

De voorzieningenrechter gebiedt verweerder zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting van verzoekster buiten Nederland en van voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.13966

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] verzoekster,

geboren op [geboortedatum] ,
van Cambodjaanse nationaliteit,
v-nummer: [v:nummer]
(gemachtigde: mr. K. Benchaïb),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekster aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning op een van de gronden van artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit (Vb) afgewezen.
Op 20 juli 2023 heeft verzoekster hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 20 juli 2023 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 11 november 2022 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.