ECLI:NL:RBDHA:2023:2699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling wegens ontbreken procesbelang
De eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 2 december 2022 was opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft vervolgens de bewaring op 15 december 2022 opgeheven vanwege uitzetting van eiser naar Duitsland.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep tegen het voortduren van de bewaring niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat de bewaring op het moment van het beroep al geruime tijd was opgeheven. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang. Tevens is het verzoek om schadevergoeding, ingediend los van het beroep, niet-ontvankelijk omdat de rechtbank daartoe niet bevoegd is.
De rechtbank heeft besloten het onderzoek zonder zitting te sluiten en heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.D.C.J. Verheezen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.