ECLI:NL:RBDHA:2023:2722
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak asielaanvraag
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep (zaaknummer NL23.2991), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het hoofdberoep is beslist.