ECLI:NL:RBDHA:2023:2740
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, een Tunesische staatsburger geboren in 1996, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 januari 2022 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 30 januari 2023, samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van de verweerder was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank bij uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.756) reeds een beslissing heeft genomen, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2023 en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.