ECLI:NL:RBDHA:2023:278

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2023
Publicatiedatum
16 januari 2023
Zaaknummer
NL22.4768
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wijziging begunstigde nareisaanvraag wegens ontbreken identificerende documenten

Eiseres is gehuwd met een referent die sinds 2020 een asielstatus in Nederland heeft. De referent vroeg een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) aan voor nareis van eiseres, maar stelde aanvankelijk dat zij vermist werd. Later verzocht hij om wijziging van de begunstigde naar mevrouw B, zijn daadwerkelijke echtgenote. De aanvraag werd afgewezen omdat geen identificerende of indicatieve documenten waren ingediend om de identiteit en familieband vast te stellen.

Eiseres stelde in beroep dat de aanvraag altijd bedoeld was voor mevrouw B en dat verweerder ten onrechte niet tot wijziging was overgegaan. Ook werd een schending van de hoorplicht aangevoerd. Verweerder verwees naar het ontbreken van een goede reden voor de wijziging en het ontbreken van bewijs van familieband.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen aanleiding had om het verzoek tot wijziging toe te kennen, mede vanwege het ontbreken van een afdoende verklaring voor de aanvankelijke verkeerde opgave van de echtgenote. Psychische problemen van de referent konden niet worden vastgesteld wegens gebrek aan bewijs. Ook was er geen reden voor een hoorzitting. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van de begunstigde nareisaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.4768

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. O. Bousmaha).

Procesverloop

Bij besluit van 27 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) met het verblijfsdoel ‘nareis’ van eiseres afgewezen.
Bij besluit van 23 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres stelt gehuwd te zijn met [A] (hierna: referent).
2. Referent heeft sinds 2020 een asielstatus in Nederland en heeft een mvv in het kader van nareis aangevraagd voor eiseres. Omdat referent bij het indienen van de aanvraag stelde dat eiseres vermist werd, heeft verweerder referent in staat gesteld de identificerende documenten van eiseres later aan te vullen. In mei 2021 heeft referent verzocht om de nareisaanvraag te wijzigen naar mevrouw [B] als zijn echtgenote. De nareis-aanvraag is afgewezen, omdat van mevrouw [eiseres] geen identificerende of indicatieve documenten zijn ingediend en verweerder daarom de identiteit en de familieband niet kan vaststellen. Daarbij ziet verweerder geen reden de aanvraag te wijzigen naar mevrouw [B] , omdat er volgens verweerder geen goede reden is gegeven voor dit verzoek.
Wat vinden eiseres en verweerder in beroep?
3. Eiseres voert in beroep aan dat verweerder ten onrechte niet overgegaan is tot de wijziging van de nareis-aanvraag. De aanvraag is namelijk altijd bedoeld geweest voor de echtgenote van referent, mevrouw [B] . Aangezien verweerder in het bestreden besluit mevrouw [B] als wettige echtgenote van referent heeft beschouwd, dient de aanvraag nareis daarom ook als een aanvraag van mevrouw [B] beschouwd te worden. Tenslotte stelt eiseres dat de hoorplicht in bezwaar is geschonden.
4. Verweerder heeft gemotiveerd gereageerd op deze beroepsgronden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag is afgewezen, omdat niet is gebleken dat er een familieband bestaat tussen referent en mevrouw [eiseres] . Dit is ook niet in geschil tussen partijen, nu is gesteld dat de gegevens zoals deze op de aanvraag zijn ingevuld, niet juist zijn. Niet mevrouw [eiseres] maar mevrouw [B] zou de echtgenote van referent zijn. In geschil tussen partijen is de vraag of verweerder gehouden was om gedurende de behandeling van de aanvraag het verzoek om de gegevens van de echtgenote te wijzigen naar die van mevrouw [B] , had moeten toekennen.
6. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat hiertoe geen aanleiding was. Zo is er tot op heden geen afdoende verklaring gegeven voor het feit dat referent aanvankelijk stelde dat zijn echtgenote mevrouw [eiseres] was en niet mevrouw [B] . Weliswaar is gesteld dat referent psychische problemen heeft, echter bij gebrek aan stukken over deze psychische problemen kan niet worden vastgesteld dat deze psychische problemen een verklaring kunnen geven voor het verkeerd doorgeven van de gegevens van de echtgenote. Dat de aanvraag door vluchtelingenwerk is ingediend op grond van de gegevens zoals vermeld in het gehoor in het kader van de asielaanvraag van referent, geeft eveneens geen afdoende verklaring. Bij de verschillende gehoren is referent bijgestaan door zijn broer en daarbij is nooit gecorrigeerd dat de verkeerde gegevens van de echtgenote zouden zijn opgenomen. Uit het dossier blijkt verder dat er verschillende verklaringen aanwezig zijn over wie mevrouw [eiseres] dan wel is. Gelet op deze omstandigheden heeft verweerder in de bezwaargronden ook geen aanleiding hoeven zien om een hoorzitting te houden.
Wat is de conclusie?
7. Het beroep is ongegrond.
8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.J.J. Roks, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hoger beroepschrift. U moet dit hoger beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.