Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 12 januari 2023. Verzoeker stelde beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 januari 2023, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op 9 februari 2023 wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de bodemzaak inmiddels was beslist. Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de Staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.