ECLI:NL:RBDHA:2023:2786

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
8 maart 2023
Zaaknummer
NL23.5193
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000Art. 5.1b lid 2, 3 en 4 VreemdelingenbesluitVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenzaak

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 17 februari 2023 een maatregel van bewaring opgelegd wegens risico op ontduiking van toezicht en belemmering van vertrek. De maatregel is gebaseerd op meerdere zware en lichte gronden uit de Vreemdelingenwet, waaronder het niet op correcte wijze binnenkomen, het niet naleven van toezicht en het niet meewerken aan identificatie.

Eiser heeft tegen deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. Tijdens de zitting op 1 maart 2023 heeft eiser aangevoerd dat het aanvullend terugkeerbesluit niet correct was ingevuld en niet aan hem was uitgereikt. De rechtbank oordeelt echter dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig digitaal is ondertekend en aan eiser is uitgereikt, en gaat daarom uit van de juistheid daarvan.

Hoewel het dossier enkele slordigheden bevat, acht de rechtbank deze onvoldoende om de maatregel van bewaring aan te tasten. De rechtbank concludeert dat er voldoende gronden zijn voor de bewaring en dat de maatregel rechtmatig is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.5193

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 1 maart 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Gharbaoui. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2001 en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten.
Maatregel van bewaring
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is in het belang van de openbare orde, omdat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van zijn vertrek ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vb, als zware gronden vermeld dat eiser:
- 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
- 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
- 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
- 3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
- 3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
- 3i. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
- 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
- 4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
- 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
- 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden waarop de maatregel berust niet heeft betwist. De onbetwiste gronden zijn voldoende om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en kunnen de maatregel van bewaring reeds dragen.
Terugkeerbesluit
4. Eiser voert ter zitting aan dat het aanvullend terugkeerbesluit van 17 februari 2023 niet op een correcte wijze is ingevuld door verweerder en dat niet is gebleken dat dit besluit daadwerkelijk aan eiser is uitgereikt. Verder wijst eiser op slordigheden in het dossier.
5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn (eerst aangehaalde) standpunt. Verweerder wijst terecht op de digitale handtekening in het aanvullende terugkeerbesluit. Hieruit blijkt dat het terugkeerbesluit om 16:53 uur is ondertekend. Ook het standpunt van eiser dat het aanvullend terugkeerbesluit niet is uitgereikt, volgt de rechtbank evenmin. Verweerder wijst hiervoor terecht naar de passage ‘
Een afschrift van dit besluit is onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt’. In beginsel dient van de juistheid van een op ambtseed dan wel op ambtsbelofte opgemaakte aanvullend terugkeerbesluit te worden uitgegaan. Daarom gaat de rechtbank uit van de juistheid van het aanvullend terugkeerbesluit van 17 februari 2023 waarin is bepaald dat het terugkeerbesluit is ondertekend en aan eiser is uitgereikt. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om daaraan te twijfelen.
6. Verder volgt de rechtbank eiser wel in het standpunt dat het dossier enige slordigheden bevat, maar deze slordigheden tasten de gronden in de maatregel niet aan. Duidelijk is immers dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.
Ambtshalve toets
7. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, nu zij gehouden is de maatregel van bewaring ambtshalve op rechtmatigheid te beoordelen, [2] ook los van wat eiser zelf aanvoert, geen onregelmatigheden heeft vastgesteld die leiden tot onrechtmatigheid van de maatregel.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt het ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Zoals is bevestigd door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C704/20 en C-39/21.