ECLI:NL:RBDHA:2023:2815
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering handhavend optreden bij wegwerkzaamheden op waterkering
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rijnland om niet handhavend op te treden tegen werkzaamheden aan een weg gelegen op een waterkering. De werkzaamheden omvatten onder meer het verwijderen en opnieuw aanbrengen van asfalt, het verhogen van het trottoir, het plaatsen van een verkeersdrempel en het aanbrengen van kabels en leidingen.
Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen omdat slechts een beperkt deel van de werkzaamheden vergunningplichtig is en voor die vergunningplichtige werkzaamheden een watervergunning zal worden aangevraagd. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een (dreigende) overtreding die onmiddellijke handhaving vereist. De werkzaamheden waarvoor een vergunning nodig is, worden pas uitgevoerd nadat de vergunning is verleend.
Verzoekers betoogden dat meer werkzaamheden vergunningplichtig zijn en dat ook de aanwezigheid van werkvoertuigen vergunningplichtig kan zijn. De voorzieningenrechter volgt dit niet, omdat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de voertuigen zich op de weg bevinden en de vergunningaanvragen voor de overige werkzaamheden zijn ingediend. De voorzieningenrechter concludeert dat de gevraagde stillegging niet in verhouding staat tot de beperkte omvang van de werkzaamheden en dat er geen zwaarwegende belangen zijn die schending van de waterstaatkundige functie aantonen.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en de werkzaamheden mogen doorgaan. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van handhavend optreden wordt afgewezen en de werkzaamheden mogen doorgaan.