Eiseres, voormalig medewerker housekeeping, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in juni 2019. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 9,26% en wees de uitkering af. Eiseres voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was, met name dat de beperkingen door haar carpaletunnelsyndroom onvoldoende waren erkend en dat de verzekeringsarts onvoldoende inzicht gaf in mogelijke behandelingen en resultaten.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door een verzekeringsarts B&B, die alle klachten en het dossier heeft betrokken. Er is geen reden om te twijfelen aan de vastgestelde medische belastbaarheid en beperkingen. Het ontbreken van contact met de huisarts is niet onzorgvuldig omdat er geen recente behandelingen waren en eiseres geen aanvullende informatie heeft ingediend.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling zich richt op objectief medisch onderbouwde beperkingen en niet op de subjectieve klachtenbeleving. De vastgestelde beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst zijn voldoende gemotiveerd. Ook de arbeidsdeskundige heeft berekend dat eiseres 90,74% van haar oorspronkelijke loon kan verdienen, wat overeenkomt met 9,26% arbeidsongeschiktheid.
Omdat deze mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% grens ligt, is de afwijzing van de WIA-uitkering terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter Broekhuis op 8 maart 2023.