Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 29 september 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 november 2021. Tijdens de procedure besloot de staatssecretaris op 24 februari 2023 alsnog de asielaanvraag in te willigen. Hierdoor trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en de aanvraag in te willigen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de verweerder opleggen.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 3 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.