ECLI:NL:RBDHA:2023:2840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker stelde op 10 september 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 november 2021. Tijdens de procedure besloot de staatssecretaris de asielaanvraag op 9 februari 2023 alsnog in te willigen. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen aan de verzoeker. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op de waarde van het punt voor het indienen van het beroepschrift en een lichte wegingsfactor.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar bekendgemaakt. Verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Deze zaak illustreert de toepassing van proceskostenveroordeling bij intrekking van een beroep na het alsnog nemen van een besluit door het bestuursorgaan binnen de beroepsprocedure.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.