ECLI:NL:RBDHA:2023:2849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging verblijf nareis
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf 'nareis' voor haar en haar twee dochters. Tijdens de procedure heeft verweerder alsnog beslist, waarbij verzoeksters aanvraag werd ingewilligd en die van haar dochters werd afgewezen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog een beslissing te nemen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond is. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en openbaar gemaakt op 3 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan verzoekster als proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen.