Eiser werd op 25 januari 2023 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd vanwege een incident waarbij hij een COa-medewerkster zou hebben bedreigd met een mes. Verweerder stelde dat het gedrag van eiser ernstig was en rechtvaardigde de maatregelen.
Eiser ontkende de bedreiging en stelde dat hij het mes tegen zijn eigen keel hield uit wanhoop, zonder intentie om de medewerkster te bedreigen. De rechtbank oordeelde dat het door verweerder geschetste scenario onvoldoende aannemelijk was, mede omdat het Openbaar Ministerie de zaak had geseponeerd wegens gebrek aan bewijs en getuigenverklaringen niet overtuigend waren.
Gelet hierop vernietigde de rechtbank het plaatsingsbesluit en oordeelde dat ook de vrijheidsbeperkende maatregel, die daarop steunde, onrechtmatig was. De Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.075,00 voor de immateriële schade en tot vergoeding van proceskosten van €1.674,00, te verdelen tussen verweerders.