ECLI:NL:RBDHA:2023:288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep in asielzaken
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben meerdere Iraanse verzoekers beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris had hun aanvragen op 20 januari 2020 als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzoekers vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de beroepen op zitting op 28 oktober 2020 en na heropening van de zaak op 1 december 2022. Verzoekers waren hierbij aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigde, en er was een tolk aanwezig. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op de datum van de uitspraak had de rechtbank reeds uitspraak gedaan op de beroepen in de hoofdzaak. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wees de verzoeken om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Nieuwenhuis, in aanwezigheid van griffier M. Lok. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.