ECLI:NL:RBDHA:2023:2883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering en weigering WIA-uitkering wegens verdiencapaciteit en wachttijd
Eiseres was werkzaam als kinderleidster en meldde zich op 5 februari 2020 ziek. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek besloot het UWV de ZW-uitkering per 3 januari 2022 te beëindigen omdat eiseres meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na een hernieuwd onderzoek.
Daarnaast weigerde het UWV de aanvraag voor een WIA-uitkering omdat de ZW-uitkering voor het einde van de wachttijd van 104 weken werd beëindigd. Eiseres herhaalde in beroep uitsluitend haar bezwaarggronden zonder nieuwe argumenten aan te dragen.
De rechtbank oordeelde dat het herhalen van bezwaarggronden onvoldoende is voor vernietiging van het besluit. Het UWV heeft terecht geoordeeld dat eiseres meer dan 65% kan verdienen en dat de WIA-uitkering geweigerd mag worden vanwege de beëindiging van de ZW-uitkering binnen de wachttijd. De beroepen van eiseres zijn ongegrond verklaard en zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en de weigering van de WIA-uitkering.