ECLI:NL:RBDHA:2023:291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep in asielzaken Iraanse verzoekers
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben meerdere Iraanse verzoekers beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris had hun aanvragen op 20 januari 2020 als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de beroepen op 28 oktober 2020 en na heropening op 1 december 2022. Tijdens de zittingen waren verzoekers en hun gemachtigde aanwezig, evenals een tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op de dag van de uitspraak had de rechtbank reeds uitspraak gedaan op de beroepen in een gerelateerde zaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter de verzoeken af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.