ECLI:NL:RBDHA:2023:2952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De minderjarige is erkend door zijn stiefvader en verblijft feitelijk bij hem. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar er zijn ernstige zorgen over haar opvoedvaardigheden en de spanningen in het gezin die de ontwikkeling van de minderjarige bedreigen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing bij de stiefvader voor drie maanden, vanwege de noodzaak van gedwongen hulpverlening en het waarborgen van veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige.
De moeder erkent de spanningen maar betwist de ernst van de situatie en stelt dat zij voldoende zorg kan bieden. De stiefvader stemt in met de maatregelen en vraagt om praktische hulp.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn, wijst het verzoek toe en machtigt de uithuisplaatsing voor drie maanden, met uitbreiding van begeleide contactmomenten tussen moeder en kind.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en voor drie maanden uit huis geplaatst bij de stiefvader met machtiging.