Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Kosovaarse vreemdeling, werd op 18 januari 2023 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou handelen bij zijn uitzetting na een mislukte uitreis op 27 januari 2023. De vlucht werd geannuleerd vanwege discussie over medicatie en eiser zou zich aan de begeleiding van de IOM hebben onttrokken.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de maatregel niet werden bestreden en oordeelde dat de Staatssecretaris wel degelijk voortvarend handelde. Er was een nieuwe vluchtaanvraag ingediend met escorte van de Koninklijke Marechaussee, een vertrekgesprek had plaatsgevonden en een nieuwe vluchtdatum was vastgesteld. De rechtbank vond het niet haar taak om te oordelen over de feitelijke wijze van terugkeer of medicatievoorziening.
Na ambtshalve toetsing concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.