ECLI:NL:RBDHA:2023:3032
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Letland
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, diende op 20 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling, gezien een eerder verleende verblijfstitel in Letland die minder dan twee jaar verlopen was.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Letland was uitgebuit en de leef- en opvangomstandigheden voor asielzoekers daar in strijd zouden zijn met artikel 3 EVRM Pro. Hij verwees naar diverse rapporten die een noodsituatie in Letland signaleren.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Letland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het persoonlijke relaas en de rapporten boden geen concrete aanwijzingen dat de situatie voor Dublinclaimanten zoals eiser zodanig is dat Nederland zijn asielaanvraag moet behandelen. Ook was niet gebleken dat eiser in Letland een asielaanvraag had ingediend of dat hij niet terecht kan bij de Letse autoriteiten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.