ECLI:NL:RBDHA:2023:3042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning standaard schadevergoeding na onrechtmatige bewaring vreemdeling
Eiser werd op 21 februari 2023 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder hief de bewaring op 23 februari 2023 en bood een schadevergoeding van €300,- en proceskostenvergoeding aan. Eiser vorderde een hogere schadevergoeding vanwege vermeerde psychische schade en het later opheffen van de bewaring dan toegezegd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door de bewaring meer dan gebruikelijk had geleden. De verklaring van de GZ-psycholoog toonde vooral een verslechtering van de psychische toestand door de al langere tijd durende onzekere situatie en dreigende verwijdering, niet specifiek door de bewaring zelf.
Ook was het feit dat de bewaring pas op 23 februari werd opgeheven, ondanks een toezegging dat dit eerder zou gebeuren, geen bijzondere omstandigheid die een hogere schadevergoeding rechtvaardigt. De rechtbank wees het beroep toe voor het standaardbedrag van €300,- en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €1.674,-.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Eiser ontvangt een standaard schadevergoeding van €300,- en proceskostenvergoeding van €1.674,- na onrechtmatige bewaring.