ECLI:NL:RBDHA:2023:3048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds 23 juli 2020 onder toezicht staat vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door een verstoorde relatie tussen de ouders na hun echtscheiding.
De gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat ondanks meerdere pogingen hulpverlening niet van de grond is gekomen, vooral door tegenwerking van de vader. De vader betwist dit en stelt dat hij juist in het belang van de minderjarige handelt en dat onjuiste informatie het traject bij Family Supporters heeft belemmerd.
De kinderrechter concludeert dat de minderjarige nog steeds in een loyaliteitsconflict zit en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om zijn welzijn te waarborgen. De schriftelijke aanwijzingen aan de vader blijven van kracht. Verzoeken van de vader tot wijziging van hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kosten worden niet ontvankelijk verklaard omdat deze door de familierechter moeten worden behandeld.
De beschikking wijst het verzoek tot opheffing af en verlengt de ondertoezichtstelling tot 23 juli 2023, met het oog op het belang van de minderjarige en het ontbreken van voldoende verbetering in de situatie.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen en de ondertoezichtstelling blijft van kracht tot 23 juli 2023.