ECLI:NL:RBDHA:2023:305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst en geen schadevergoeding na afbreken onderhandelingen bouwproject
DNN en de B.V. onderhandelden over een aannemingsovereenkomst voor de levering en montage van een staalconstructie voor een woningbouwproject in Delft. DNN stelde dat er op 17 februari 2021 een overeenkomst op hoofdlijnen was gesloten, terwijl de B.V. dit betwistte en stelde dat essentiële punten zoals prijs en uitvoeringen nog niet waren overeengekomen.
De rechtbank oordeelde dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen omdat partijen niet overeenstemmend waren over essentiële elementen. De intentie tot samenwerking in de e-mail van 17 februari 2021 was onvoldoende om een bindende overeenkomst te vormen. Ook was het afbreken van de onderhandelingen door de B.V. niet onaanvaardbaar, omdat DNN er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een overeenkomst zou komen.
In reconventie stelde de B.V. dat DNN onrechtmatig conservatoir beslag had gelegd. De rechtbank stelde vast dat het beslag onrechtmatig was omdat de vordering van DNN ongegrond was en veroordeelde DNN tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. De proceskosten werden aan DNN opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van DNN af en veroordeelt DNN tot schadevergoeding wegens onrechtmatig conservatoir beslag.