ECLI:NL:RBDHA:2023:3095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ophouding op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 15 januari 2023 opgehouden door verweerder op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij ten onrechte was staandegehouden omdat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was. De rechtbank oordeelde dat eiser was aangehouden nadat hij een verlopen paspoort toonde en zich in een woning bevond waar eerder die dag een mishandeling had plaatsgevonden. Verweerder had daarom aanleiding om eiser op te houden.
Eiser voerde verder aan dat hij rechtmatig verblijf had en dat verweerder dit had moeten weten, waardoor hij niet had mogen worden opgehouden. De rechtbank stelde vast dat tijdens de ophouding bleek dat eiser rechtmatig verblijf had, waarna de ophouding werd beëindigd binnen de wettelijke termijn van zes uur. Er was geen sprake van een langere ophouding.
De rechtbank concludeerde dat de beroepsgrond niet slaagt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter D. Verduijn en griffier M.A.W.M. Engels op 14 februari 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding is ongegrond verklaard omdat de ophouding rechtmatig was en binnen de wettelijke termijn werd beëindigd.