ECLI:NL:RBDHA:2023:3131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De minderjarige is erkend door de vader en verblijft feitelijk bij hem. De ouders zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voor zes maanden vanwege ernstige spanningen en mogelijke traumaklachten bij de minderjarige.
De moeder vertoont onvoldoende inzicht in haar gedrag en de gevolgen daarvan voor de minderjarige. De verstandhouding tussen de ouders is verstoord, waardoor hulpverlening alleen in gedwongen kader kan worden voortgezet. De minderjarige ervaart rust en stabiliteit bij de vader, wat noodzakelijk is voor zijn ontwikkeling.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. De beschikking wordt gegeven met het oog op het waarborgen van veiligheid en ontwikkeling, en benadrukt het belang van contactherstel tussen moeder en kind. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en machtigt de uithuisplaatsing bij de vader wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.