ECLI:NL:RBDHA:2023:3149

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 februari 2023
Publicatiedatum
14 maart 2023
Zaaknummer
NL23.1163, NL23.1170 en NL23.1174
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Dublinverordening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening

Verzoekers hebben bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. De reden hiervoor was dat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met andere zaken op 31 januari 2023 behandeld. Verzoekers waren aanwezig met een waarnemer en tolk. De rechtbank heeft geoordeeld dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak een voorlopige voorziening niet meer nodig is.

Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 15 februari 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.1163, NL23.1170 en NL23.1174

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekster] , [verzoeker 1] en [verzoeker 2], verzoekers
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3]
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Procesverloop

Bij besluiten van 13 januari 2023 en (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaken NL23.1162, NL23.1169 en NL23.1173, op 31 januari 2023 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door een waarnemer van hun gemachtigde, mr. D. van Elp. Als tolk is verschenen
T. Ayash. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.1162, NL23.1169 en NL23.1173, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 februari 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.