ECLI:NL:RBDHA:2023:3151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing wijziging verblijfsvergunning naar humanitair niet-tijdelijk
Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend tot wijziging van zijn verblijfsvergunning regulier naar een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk. Deze aanvraag is bij besluit van 16 november 2021 afgewezen. Vervolgens heeft de staatssecretaris het bezwaar van verzoeker tegen dit besluit bij besluit van 27 januari 2022 kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Gezien de uitspraak in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL22.3191) waarin het beroep is behandeld, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning is afgewezen.