ECLI:NL:RBDHA:2023:3152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsdoel naar humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken mensenhandel en gezinsleven
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in om de beperking van zijn verblijfsvergunning te wijzigen van tijdelijke humanitaire gronden naar humanitair niet-tijdelijk. Deze aanvraag werd afgewezen door verweerder, die oordeelde dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die verband hielden met mensenhandel, mede omdat het Openbaar Ministerie had geconcludeerd dat er geen sprake was van mensenhandel.
Eiser voerde onder meer aan dat verweerder onvoldoende had gereageerd op zijn verzoek tot herziening en dat er sprake was van schending van artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezins- en privéleven in Nederland. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel degelijk voldoende had gemotiveerd en dat er geen beschermingswaardig gezinsleven bestond met zijn huidige partner, mede omdat zij niet samenwoonden en de relatie niet duurzaam en exclusief was.
Daarnaast was het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet geslaagd omdat eiser zijn PTSS niet voldoende had onderbouwd. Ook werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen omdat eiser na het instellen van beroep alsnog was gehoord en in bezwaar voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten toe te lichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe vanwege betalingsonmacht. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.