ECLI:NL:RBDHA:2023:3200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van privéleven artikel 8 EVRM
Eiseres, afkomstig uit Kosovo, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van het privéleven zoals beschermd door artikel 8 van Pro het EVRM. Haar aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen, waarna zij bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2023 behandeld en oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die verblijf rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris de belangen van de minderjarige kinderen, die in Nederland wonen en schoolgaand zijn, voldoende heeft betrokken bij de belangenafweging. De stelling dat de kinderen sterke banden met Nederland hebben en dat terugkeer naar Kosovo in strijd zou zijn met hun ontwikkelingsbelang, is niet voldoende onderbouwd. Ook het beroep op artikel 2 van Pro het IVRK en het nieuwsbericht over lange asielprocedures leidt niet tot een ander oordeel.
Verder is het beroep op vrijstelling van het mvv-vereiste afgewezen omdat niet voldaan is aan de voorwaarden van de Vreemdelingenwet. Het opgelegde inreisverbod is eveneens gegrond, omdat het geen onrechtmatige inmenging vormt in het familieleven gezien het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod.