Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit en geboren in 2003, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een terugkeerbesluit met vertrektermijn nul dagen opgelegd. Verzoeker heeft beroep ingesteld en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 29 november 2022 behandeld. Na het sluiten van het onderzoek is verweerder verzocht nadere informatie te verstrekken over opvangmogelijkheden in het land van herkomst tijdens de minderjarigheid van verzoeker. Deze informatie is verstrekt en beantwoord door verzoeker. Partijen stemden in met het achterwege laten van een nadere zitting waarna het onderzoek werd gesloten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL22.22665) een voorlopige voorziening niet meer nodig is en wijst het verzoek af. Wel veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor professionele rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.