ECLI:NL:RBDHA:2023:3366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, die stelt Marokkaanse nationaliteit te hebben maar afkomstig zou zijn uit Tunesië, is op 30 oktober 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen het voortduren van deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak schriftelijk beoordeeld.
Eiser klaagt over het gebrek aan voortvarendheid van verweerder bij het verkrijgen van reisdocumenten, met name omdat de Marokkaanse autoriteiten niet reageren en verweerder geen aanvraag zou hebben ingediend bij Tunesische autoriteiten. Verweerder stelt dat het ontbreken van uitsluitsel van Marokko niet automatisch de Tunesische nationaliteit bevestigt en dat het onderzoek nog loopt. Bovendien heeft eiser geen identiteitsdocumenten overgelegd en meerdere aliassen gebruikt.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van die uitspraak is bevestigd. Sindsdien is een vertrekgesprek gevoerd waarbij eiser weigerde informatie te verstrekken en zijn medewerkingsplicht niet is nagekomen. Verweerder heeft regelmatig rappel gedaan bij de Marokkaanse autoriteiten en er is geen aanwijzing dat deze geen laissez passer zullen verstrekken. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het beroep ongegrond is.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.