ECLI:NL:RBDHA:2023:3372
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens besluit binnen termijn
Verzoekster was in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en had tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Nadat verweerder op 16 december 2022 alsnog een besluit had genomen, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek tot vergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt de proceskostenvergoeding vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem waarbij het beroep als licht van gewicht wordt beschouwd.
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.