ECLI:NL:RBDHA:2023:3372

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
NL22.25694
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens besluit binnen termijn

Verzoekster was in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en had tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Nadat verweerder op 16 december 2022 alsnog een besluit had genomen, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek tot vergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt de proceskostenvergoeding vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem waarbij het beroep als licht van gewicht wordt beschouwd.

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25694
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Fitters).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoekster is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft op 16 december 2022 een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De voorzieningenrechter leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). De voorzieningenrechter is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 januari 2023

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.