AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens besluit binnen termijn
Verzoekster was in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tijdens de procedure nam verweerder alsnog een besluit op 16 december 2022, waarna verzoekster haar beroep introk en een vergoeding van haar proceskosten vorderde.
De rechtbank overwoog dat de proceskostenveroordeling mogelijk is op grond van artikel 8:75 enPro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder had geen bezwaar tegen de vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte karakter van het beroep, dat alleen ging over de vraag of de beslistermijn was overschreden. Daarnaast werd het griffierecht van €184,- aan verzoekster vergoed.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze bedragen aan verzoekster en maakte de uitspraak openbaar op 13 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €184,- aan verzoekster.
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M. Fitters).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft op 3 januari 2023 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verzoekster is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 16 december 2022 een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 enPro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 837,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoekster betalen (artikel 8:41 AwbPro).
Beslissing
De rechtbank:
veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster;
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- dat eiser heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 januari 2023
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.