ECLI:NL:RBDHA:2023:3393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opheffing licht inreisverbod wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, kreeg in 2019 een inreisverbod opgelegd vanwege het niet naleven van een vertrekplicht uit 2016. Eiser verzocht om opheffing van dit inreisverbod, stellende dat het inreisverbod strijdig is met zijn recht op familie- en gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro, omdat hij in Polen bij zijn partner wil verblijven.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bijzondere feiten en omstandigheden heeft aangevoerd en onvoldoende stukken heeft overgelegd om het bestaan van een gezinsleven aan te tonen. Tevens is vastgesteld dat eiser sinds oplegging van het inreisverbod het grondgebied van de EU niet heeft verlaten, waardoor de termijn van het inreisverbod nog niet is aangevangen.
Daarnaast is geoordeeld dat er geen sprake is van schending van de hoorplicht in bezwaar, aangezien tegen het bestreden besluit geen bezwaar mogelijk was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.