ECLI:NL:RBDHA:2023:3412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Smits
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op eerdere ingangsdatum militair invaliditeitspensioen
Eiser, een militair die is uitgezonden naar Afghanistan, heeft een invaliditeitspensioen toegekend gekregen vanwege gehoorbeschadiging en tinnitus. Na een eerdere afwijzing vroeg eiser om verhoging van het invaliditeitspensioen met een eerdere ingangsdatum dan vastgesteld door verweerder. De rechtbank beoordeelde dat de verhoging van het invaliditeitspensioen niet eerder dan één jaar voor de aanvraagdatum (20 augustus 2020) kon ingaan, conform artikel 15 van Pro het Besluit AO/IV.
Eiser stelde dat de ingangsdatum op 1 oktober 2006 of een eerdere datum moest worden vastgesteld vanwege blootstelling aan mortierbeschietingen in die periode. De rechtbank oordeelde echter dat de situatie van eiser niet zodanig bijzonder was dat een eerdere ingangsdatum op grond van artikel 22 van Pro het Besluit AO/IV gerechtvaardigd was. Tevens stond vast dat een eerder besluit van 15 oktober 2018, waarbij een invaliditeitspensioen werd toegekend met ingang van 1 juni 2018, rechtens vaststaat.
Het beroep tegen het eerste bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het tweede besluit dit verving. Het beroep tegen het tweede bestreden besluit werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J. Smits op 20 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; de ingangsdatum van het invaliditeitspensioen blijft 20 augustus 2019.