Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 26 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 3 januari 2022. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 3 maart 2023 de asielaanvraag ingewilligd. Hierop heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling.
De rechtbank overweegt dat, nu de staatssecretaris niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen, het beroep als kennelijk gegrond wordt beschouwd. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de wederpartij veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor 'licht' wordt toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.