Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 juli 2022 met producties 1 t/m 12;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 4;
- het tussenvonnis van 21 december 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Den Haag
ANWB benaderde CNG in 2021 voor de aankoop van CO2-certificaten. Na diverse onderhandelingen stuurde CNG op 15 november 2021 een aangepaste offerte zonder geldigheidsduur, met het verzoek deze ondertekend terug te ontvangen. ANWB reageerde met een ondertekende versie, maar CNG trok het aanbod op 16 november 2021 in omdat er geen termijn voor aanvaarding was overeengekomen.
De rechtbank beoordeelde of op 15 of 16 november 2021 een overeenkomst tot stand was gekomen. Hoewel partijen het eens waren over de voorwaarden, was de ondertekening door een bevoegd medewerker van ANWB op dat moment nog niet verricht, waardoor geen rechtsgeldige overeenkomst bestond. De offerte van 15 november 2021 was een geldig aanbod, ondanks het ontbreken van een handtekening namens CNG, omdat de verzender bevoegd was en eerdere offertes waren ondertekend door een bevoegd directeur.
Omdat het aanbod geen aanvaardingsperiode bevatte en partijen geen termijn overeenkwamen, mocht CNG het aanbod rechtsgeldig intrekken. ANWB kon niet redelijkeerwijs verwachten dat de geldigheidstermijn van 20 werkdagen uit haar eigen inkoopvoorwaarden van toepassing was, gezien de marktomstandigheden en communicatie. De vorderingen van ANWB tot schadevergoeding wegens hogere kosten voor CO2-certificaten worden daarom afgewezen en ANWB wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van ANWB worden afgewezen omdat geen overeenkomst tot stand is gekomen.